Zonder kompas - Scouting St. Jan Baptist (Scouting Heerlen)

“SponsorKliks,
Ga naar de inhoud

Zonder kompas

Technieken > Oriënteren

BOMEN
Nederland heeft, net als België, Luxemburg en (west) Duitsland een zeeklimaat. Dat betekent dat er meestal een vochtige westzuidwestenwind staat. Natuurlijk niet altijd, maar genoeg om op boomstammen een laagje mos te laten groeien. En wel aan de kant waar de wind vandaan komt, de westzuidwestkant dus. (In centraal-Europa is dit het noordwesten.)

Als je dit weet dan kan je dus alle windrichtingen bepalen met behulp van een boom. Het is niet altijd even duidelijk, maar meestal kan je snel zien waar het mos zit. Probeer dan zo nauwkeurig mogelijk het westzuidwesten te bepalen, en dan de andere windstreken.
Na 50 meter kijk je of inderdaad nog steeds het mos aan de juiste kant van de bomen zit. Want je kan natuurlijk altijd een fout hebben gemaakt!

Als je nog beter naar de bomen kijkt, dan zul je zien dat ze allemaal aan de ONO-kant langere takken hebben. Aan de WZW-kant juist kortere. Vooral bij grote alleenstaande dennenbomen zie je dat goed. Meestal staan deze grote bomen ook een beetje schuin naar het oostnoordoosten. Ook bij de jaarringen van afgezaagde bomen kan je zien dat aan de WZW-kant de ringen dichter tegen elkaar liggen dan aan de ONO-kant.

Let voortaan dus maar eens beter op de bomen, want die kunnen je heel veel aanwijzingen geven om je te kunnen oriënteren!

ZON
Op de zon kan je je heel erg goed oriënteren. De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen. Dus om 12 uur 's middags staat de zon in het zuiden. (Let op: dit klopt alleen in wintertijd! In zomertijd staat de zon om 1 uur 's middags in het zuiden.) Met behulp van een horloge met wijzers kan je heel makkelijk het zuiden bepalen. Je houdt dan het horloge horizontaal met de kleine wijzer naar de zon. Het zuiden ligt nu midden tussen de kleine wijzer en de 12.

MAAN

Natuurlijk ga je ook wel eens 's nachts naar buiten. En dan is er geen zon... Gelukkig kan je vaak sterren zien, om je op te oriënteren. Maar soms is het bewolkt en dan zie je zelfs die niet. Wat dan te doen?
Je kan gebruik maken van de bomen (zie hierboven) of je kijkt eens naar de maan (want ook al is het bewolkt, de maan kan je vaak toch zien).
Eigenlijk is alleen de volle maan geschikt om je erop te oriënteren.
Het zuiden kan je op dezelfde manier bepalen als bij de zon (maar met de maan is het niet zo nauwkeurig). Dus om ongeveer 6 uur 's avonds staat de volle maan in het oosten, om 12 uur 's nachts in het zuiden en om 6 uur 's ochtends in het westen.
Als de maan niet helemaal vol is, dan klopt dit nog wel een beetje. Maar als de maan een sikkelvorm heeft dan kan je maar beter iets anders bedenken, want dan klopt er niet zo veel meer van!

STERREN
Alle sterren "draaien" 's nachts om de poolster heen. De poolster is dus de enige ster die altijd op dezelfde plaats staat, en dus de enige ster waarmee we ons kunnen oriënteren. De poolster staat altijd in het noorden! Dat is dus heel makkelijk... Maar dan moet je wel weten welke van al die sterren de poolster is.
Het makkelijkste is het om eerst de "grote beer" of het "steelpannetje" te zoeken. Dit is een duidelijk herkenbaar sterrenbeeld. De "grote beer" is 's nachts ook altijd te zien (als het niet bewolkt is natuurlijk) en dit sterrenbeeld draait om de poolster heen, net als alle andere sterren (zie plaatje). Het kan dus zijn dat het steelpannetje "op de kop" staat. Heb je dit sterrenbeeld gevonden, ga dan ongeveer 5 maal de afstand tussen de laatste twee sterren (die de zijkant van het "pannetje" vormen) naar "boven". Als het goed is kom je dan uit bij de poolster.

Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu